Onroerende inkomsten aangeven


Onroerende goederen (gebouwde of ongebouwde) worden dubbel belast: via de onroerende voorheffing en via de personenbelasting.

Elke eigenaar van een onroerend goed wordt geacht om een inkomen te innen. Dit onroerend inkomen moet worden vermeld in de aangifte. Deze inkomsten worden naargelang het geval bepaald op basis van het kadastraal inkomen, of van de huur.

U moet in uw aangifte het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van uw onroerend goed vermelden. De belastingadministratie past de indexering toe bij de berekening van de belasting. Normaal gezien vindt u het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen op uw aanslagbiljet inzake onroerende voorheffing.

Wie moet het kadastraal inkomen aangeven?

Afhankelijk van het huwelijksstelsel en de situatie, moet u het kadastraal inkomen op een andere manier aangeven:

  • Bij een wettelijk huwelijksstelsel moet elke echtgenoot 50 % van de onroerende goederen aangeven – het speelt geen rol of deze goederen tot het eigen vermogen van een van hen of tot het gemeenschappelijk vermogen behoren.
  • Bij een stelsel van scheiding van goederen, of als u wettelijk samenwoont, moet elke echtgenoot zijn eigen inkomsten aangeven.
  • Als het onroerend goed zich in onverdeeldheid bevindt, moet elke mede-eigenaar dat deel van het kadastraal inkomen aangeven dat overeenkomt met zijn aandeel in het onroerend goed.
  • Als de woning het voorwerp is van vruchtgebruik, is het aan de vruchtgebruiker om het kadastraal inkomen in zijn aangifte te vermelden.
  • Als het goed wordt verhuurd moet de eigenaar het kadastraal inkomen aangeven. 

Tweede verblijf

Voor tweede verblijven moet u ook het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen aangeven, zoals het voorkomt op het aanslagbiljet inzake onroerende voorheffing.

Opmerking: voor woningen die de eigenaar niet in hoofdzaak bewoont, is er een verhoging van 40 %. De belastingadministratie voert deze berekening zelf uit.

Huurinkomsten

Huurinkomsten zijn onderworpen aan belasting, maar het fiscale stelsel verschilt volgens het gebruik van het goed: huisvesting, beroepsactiviteit of gemengd gebruik (deels privé, deels beroepshalve).

Onroerend goed bestemd als huisvesting

Als de huurder het goed voor zijn huisvesting bestemt, zal het kadastraal inkomen in aanmerking worden genomen. Het zal worden geïndexeerd, verhoogd met 40 % en bij de andere inkomsten worden geteld.

Als het goed gemeubeld is, moeten ook roerende inkomsten worden aangegeven. In dit geval zijn er twee mogelijkheden:

  • De onroerende en roerende huur werden gepreciseerd in het geregistreerde huurcontract. In dit geval moet het gedeelte 'meubels' worden aangegeven.
  • Als de huur van 'meubels' niet wordt gedefinieerd in het huurcontract, zal de belastingadministratie deze gelijkstellen met 40 % van de totale huur. Dit is het bedrag dat moet worden aangegeven.

In de twee gevallen zal het inkomen met betrekking tot het gedeelte 'meubels' als een roerend inkomen worden beschouwd en onderworpen zijn aan een afzonderlijke belasting van 25 % of 15 %.

Onroerend goed bestemd voor beroepsactiviteit

Als het onroerend goed bestemd is voor een beroepsactiviteit moeten twee bedragen worden vermeld in de aangifte:

  • het kadastraal inkomen
  • het brutohuurgeld

Het brutohuurgeld is wat de huurder in zijn eigen aangifte aangeeft als beroepskosten.

De eigenaar wordt belast op het nettohuurgeld, namelijk het brutohuurgeld verminderd met een forfaitaire aftrek van 40 % als het gaat om een gebouwd onroerend goed (10 % bij een ongebouwd onroerend goed). Dit forfait mag in elk geval niet hoger zijn dan 2/3 van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een coëfficiënt die is vastgelegd op basis van de evolutie van de handelshuren.

Onroerend goed bestemd voor gemengd gebruik

Als het onroerend goed door een en dezelfde huurder tegelijk is bestemd voor professioneel en privégebruik, zijn er twee mogelijkheden:

  • Als het huurcontract werd geregistreerd en het deel dat bestemd is voor professioneel en privégebruik apart wordt vermeld, moet zowel het kadastraal inkomen met betrekking tot het privégedeelte als dat met betrekking tot het professioneel gedeelte worden aangegeven. Ook de brutohuurprijs en de huurvoordelen moeten worden vermeld.
  • Als er geen onderscheid is tussen de twee huurprijzen, zal het volledige onroerend goed worden beschouwd als zijnde gehuurd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit. In dat geval moet u het volledige kadastraal inkomen, de brutohuurprijs en de huurvoordelen vermelden.

Als er verschillende huurders zijn, waarbij de ene huurder een deel van het onroerend goed gebruikt voor beroepsdoeleinden, en de andere voor private doeleinden, moet de aangifte volgende gegevens vermelden:

  • het kadastraal inkomen, de brutohuurprijs en de huurvoordelen van het 'beroepsgedeelte'
  • het kadastraal inkomen van het 'privégedeelte'

Belastingen

Niet gevonden wat u zocht?