Roerende inkomsten aangeven


 

Inkomsten waarvan de aangifte niet verplicht is

Algemeen geldt dat inkomsten van financiële beleggingen (dividenden, inkomsten uit kasbons, gelddeposito's, obligaties …) bij hun inning al onderworpen zijn aan een roerende voorheffing. Deze inkomsten moeten dus niet worden vermeld in de aangifte.

Andere inkomsten zijn niet belastbaar en moeten dus niet worden aangegeven:

  • de eerste schijf aan intresten op een spaarboekje per gezin
  • de eerste schijf aan inkomsten uit kapitalen die werden geïnvesteerd in coöperatieve vennootschappen of erkende vennootschappen met een sociaal oogmerk.

Deze coöperatieve vennootschappen moeten u een attest afleveren dat bevestigt dat u een vrijstelling kunt genieten.

Welke inkomsten moet u aangeven?

U moet de volgende inkomsten aangeven:

  • inkomsten van buitenlandse oorsprong, direct geïnd in het buitenland
  • intresten van spaarboekjes (boven de eerste vrijgestelde schijf)
  • inkomsten (boven de eerste vrijgestelde schijf) van kapitalen die geïnvesteerd werden in coöperatieve vennootschappen of erkende vennootschappen met een sociaal oogmerk
  • andere inkomsten die niet werden onderworpen aan de roerende voorheffing (bijvoorbeeld de inkomsten uit hypothecaire schuldvorderingen op onroerende goederen die zich in België bevinden, inkomsten uit het gebruik of de concessie van roerende goederen, lijfrentes)

Roerende inkomsten worden belast op hun brutobedrag d.w.z. voor de inhouding van  de roerende voorheffing en de aftrek van bankkosten.

Het belastingtarief verschilt volgens de soort inkomsten.

Meer informatie over de roerende inkomsten op de website van de FOD Financiën.Externe link

Belastingen

Niet gevonden wat u zocht?