Vuurwerk
Om het aantal ongevallen met vuurwerk en voornamelijk feestvuurwerk voor particulieren te doen dalen, kreeg de reglementering onder impuls van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie een grondige facelift in februari 2000. Vuurwerk bevindt zich onder klasse C van de springstoffen. Klasse A en B zijn resp. ontplofbare stoffen en munitie.
Meer informatie over het algemeen reglement op de springstoffen vindt u op de website van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie.
De nieuwe reglementering bepaalt de verdere indeling binnen klasse C, vuurwerk. Er zijn drie soorten vuurwerk, afhankelijk van hun bestemming en de mate waarin ze gevaarlijk zijn:
- Spektakelvuurwerk (en toebehoren) is professioneel vuurwerk dat afgestoken wordt ter gelegenheid van evenementen. Een particulier mag geen spektakelvuurwerk bezitten.
- Vuurwerk voor technisch gebruik en/of seinvuurwerk, zoals lichtpatronen of reddingspijlen: een particulier mag hiervan net als bij feestvuurwerk slechts een bepaalde hoeveelheid (een hoeveelheid waarin in totaal slechts 1 kg pyrotechnische sas vervat zit) bezitten.
- Feestvuurwerk is vuurwerk waarvan de maximale pyrotechnische samenstelling is vastgesteld en de veiligheidseisen zijn opgesteld. Het mag bij het aansteken geen gevaarlijke brokstukken wegslingeren en het mag ook niet gloeiend terug op de grond vallen. Voorbeelden van feestwerk zijn bommetjes, vuurpijlen, fonteinen …
Feestvuurwerk voor particulieren
Feestvuurwerk verdient extra aandacht omdat dit het vuurwerk is waarmee u als in consument in aanraking komt.
De nieuwe reglementering van feestvuurwerk definieert de elementen waaruit het kan bestaan.
De nieuwe regels bepalen ook de fundamentele voorschriften waaraan het feestvuurwerk moet voldoen. De voorwaarden voor de verkoop en het bezit werden grondig gewijzigd.
Meer informatie over de reglementering van de verkoop en het gebruik van feestvuurwerk vindt u op de website van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie.
