De gevolgen van wettelijk samenwonen voor uw belastingaangifte


Aangifte en aanslag voor het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen

Voor het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen beschouwt de administratie wettelijk samenwonenden fiscaal als alleenstaanden.

Dat betekent dat de wettelijke samenwonenden elk een afzonderlijke aangifte moeten indienen waarin zij elk hun persoonlijke inkomsten vermelden. Ook de inkomsten van de kinderen waarvan zij het wettelijk genot hebben, moeten zij vermelden.

De administratie zal twee afzonderlijke aanslagen vestigen, namelijk een op naam van elke betrokkene.

Aangifte en aanslag in de jaren volgend op het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen

Voor de jaren die volgen op het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen ontvangen wettelijk samenwonenden één gezamenlijke aangifte. Daarin vullen zij zowel hun persoonlijke als hun gemeenschappelijke inkomsten in. Ook de inkomsten van de kinderen waarvan zij het wettelijk genot hebben, moeten zij vermelden.

De administratie vestigt maar één aanslag, op naam van beide wettelijk samenwonenden.

Kinderen ten laste voor het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen

Voor het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen, moeten beide wettelijk samenwonenden nog een afzonderlijke belastingaangifte indienen. Als de wettelijk samenwonenden samen al een kind hadden, mag slechts een van de wettelijk samenwonende partners dat kind ten laste nemen. Eenzelfde kind mag nooit door meerdere personen ten laste worden genomen.

Bij het invullen van de aangifte mogen de  wettelijk samenwonenden zelf aangeven wie van beiden het kind ten laste neemt.

Toepassing van het huwelijksquotiënt

Het huwelijksquotiënt is een fiscale maatregel die de belastingdruk verlaagt voor gehuwden en wettelijk samenwonenden die samen worden belast.

Aan de partner die over een heel klein of geen beroepsinkomen beschikt, wordt een gedeelte van het beroepsinkomen van de andere partner toegerekend.

Concreet gebeurt dat wanneer een van de partners een beroepsinkomen heeft dat minder dan 30% bedraagt van het totale beroepsinkomen van beide partners.
In dat geval zal de belastingadministratie automatisch het huwelijksquotiënt toepassen, behalve wanneer daardoor de aanslag wordt verhoogd.
Het toe te rekenen gedeelte is beperkt tot 9.470 euro. Dit bedrag geldt voor de aangifte 2012. Hierdoor komen de gehuwden of de wettelijk samenwonenden in een lagere belastingschijf terecht.

Om de gevolgen van een wettelijke samenwoning voor de personenbelasting te berekenen, kunt u altijd een simulatie maken op Tax-CalcExterne link.

Een van de partners verblijft in een verzorgingsinstelling

Een definitieve of duurzame opname van een van de partners in een verzorgingsinstelling kan fiscaal gelijkgesteld worden met een feitelijke scheiding.
Dat betekent dat beide wettelijk samenwonenden afzonderlijk belast worden voor de inkomsten die ze ontvangen vanaf het jaar volgend op dat van de opname in de instelling.

Wanneer een van de echtgenoten in een verzorgingsinstelling opgenomen is, dan zijn de kosten van de verzorgingsinstelling voor 80 % aftrekbaar van het totale netto inkomen van de andere echtgenoot. Deze kosten worden namelijk gezien als onderhoudsuitkering.

De kosten zijn alleen aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:

  • De opname is definitief of duurzaam. 
  • De onderhoudsplichtige betaalt de kosten voor de verzorgingsinstelling met zijn eigen inkomsten. 
  • De opgenomen wettelijk samenwonende beschikt niet over voldoende inkomsten om de kosten zelf te dragen.

De onderhoudsplichtige partner kan de verzorgingskosten pas inbrengen als onderhoudsuitkering vanaf het jaar dat volgt op dat van de opname.

Als de wettelijk samenwonende slechts tijdelijk in een verzorgingsinstelling verblijft, dan kan zijn of haar partner de opnamekosten niet als onderhoudsuitkering in mindering brengen.

Familie

Niet gevonden wat u zocht?