Belastingen bij de feitelijke scheiding


Het jaar van de feitelijke scheiding

Voor het jaar van de feitelijke scheiding moeten de echtgenoten een gezamenlijke belastingaangifte indienen. Als zij toch elk een afzonderlijke aangifte indienen, zal de belastingadministratie die wel aanvaarden en zelf de gegevens van die aangiften samenbrengen.

De belasting op de inkomsten van feitelijk gescheiden partners wordt berekend volgens de regels die gelden voor echtgenoten.

De aanslag voor het jaar van de feitelijke scheiding wordt gevestigd op naam van beide echtgenoten, behalve als de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed nog tijdens hetzelfde jaar uitgesproken wordt. In dit laatste geval gelden de regels die van toepassing zijn voor het jaar van de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed.

De jaren volgend op het jaar van de feitelijke scheiding

Vanaf het jaar dat volgt op het jaar van de feitelijke scheiding beschouwt de administratie de echtgenoten als alleenstaanden voor zover die scheiding tijdens het jaar niet ongedaan is gemaakt.

Zij moeten elk een afzonderlijke aangifte indienen. Daarin moet elke betrokkene zijn persoonlijk verkregen inkomsten vermelden, en die van de kinderen waarvan hij of zij het wettelijk genot heeft.

De administratie vestigt twee afzonderlijke aanslagen, één op naam van elke betrokkene.

Terugbetaling ten gunste van feitelijk gescheiden echtgenoten

Wat gebeurt er als feitelijk gescheiden echtgenoten geld terugkrijgen van de belastingen? Als de terugbetaling op naam van beide echtgenoten gevestigd is, dan kan een huwelijkspartner zijn of haar deel van het geld opeisen bij de persoon van wie het adres op het aanslagbiljet wordt vermeld. Hij of zij kan dat doen zodra de partner het aanslagbiljet heeft ontvangen.

Een van de echtgenoten verblijft in een verzorgingsinstelling

Een definitieve of duurzame opname van een van de echtgenoten in een verzorgingsinstelling kan fiscaal gelijkgesteld worden met een feitelijke scheiding.
Dat betekent dat beide echtgenoten afzonderlijk belast worden voor de inkomsten die ze ontvangen vanaf het jaar volgend op dat van de opname in de instelling.

Wanneer een van de echtgenoten in een verzorgingsinstelling opgenomen is, dan zijn de kosten van de verzorgingsinstelling voor 80 % aftrekbaar van het totale netto inkomen van de andere echtgenoot. Deze kosten worden namelijk gezien als onderhoudsuitkering.

De kosten zijn alleen aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:

  • De opname is definitief of duurzaam. 
  • De onderhoudsplichtige betaalt de kosten voor de verzorgingsinstelling met zijn eigen inkomsten. 
  • De opgenomen echtgenoot beschikt niet over voldoende inkomsten om de kosten zelf te dragen.

De onderhoudsplichtige echtgenoot kan de verzorgingskosten pas inbrengen als onderhoudsuitkering vanaf het jaar dat volgt op dat van de opname.

Als de echtgenoot slechts tijdelijk in een verzorgingsinstelling verblijft, dan kan zijn of haar partner de opnamekosten niet als onderhoudsuitkering in mindering brengen.


Meer informatie over belastingen bij een feitelijke scheidingExterne link.

Familie

Niet gevonden wat u zocht?