U bent hier

Scheiding en kinderen

 

Scheiding en kinderen

Als u bij een scheiding vooraf over de verblijfsmodaliteiten en de onderhoudsbijdragen afspraken maakt, kan de familierechtbank dit akkoord bekrachtigen. Het ouderlijk gezag moet, behalve in uitzonderlijke gevallen, verder door beide ouders gezamenlijk worden uitgeoefend. Dat heeft tot gevolg dat belangrijke beslissingen met betrekking tot de gezondheid, de opvoeding, de opleiding, de vrijetijdsbesteding en de godsdienstige of levensbeschouwelijke keuzes van het kind door beide ouders samen moeten worden genomen.


Wanneer de ouders het niet eens worden en de zaak voor de familierechtbank aanhangig wordt gemaakt, brengen de magistraten de partijen tijdens de inleidingszitting op de hoogte van de mogelijkheid om hun geschil te beslechten via verzoening, bemiddeling of elke andere vorm van minnelijke oplossing van conflicten.

In sommige gevallen, met name wanneer er een gemeenschappelijk minderjarig kind is, stelt de familierechtbank een familiedossier samen waarin alle aanvragen worden samengebracht.

Iedere minderjarige die over het vereiste onderscheidingsvermogen beschikt, heeft het recht gehoord te worden door een rechter wat betreft het ouderlijk gezag, het verblijf en het recht op persoonlijk contact. Dit is echter geen verplichting. Als het kind wordt gehoord, stelt de rechter hiervan een schriftelijk verslag op waarvan de ouders kunnen kennisnemen. De minderjarige wordt hiervan op de hoogte gebracht en het verslag wordt hem voorgelezen.

Wanneer de familierechtbank uitspraak moet doen, beslist ze in het belang van het kind over een aantal punten:

  • de woonplaats van het kind (= plaats van inschrijving in het bevolkingsregister)
  • de verblijfsmodaliteiten. Bij gebrek aan akkoord wordt in geval van gezamenlijk ouderlijk gezag de voorkeur gegeven aan het gelijkmatig verdeeld verblijf van het kind als minstens één van de ouders dit vraagt. Als dat niet de meest geschikte oplossing is, kunnen een verruimd secundair verblijf of andere mogelijkheden worden overwogen. De rechter zal rekening houden met de concrete omstandigheden en het belang van de kinderen en de ouders.
  • de gezamenlijke of exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag. In de zeer zeldzame gevallen waarin een ouder dit gezamenlijk ouderlijk gezag niet mag uitoefenen, kan hij niet meebeslissen tenzij eventueel over zaken die door de rechter vastgelegd zijn. Hij behoudt echter het recht van toezicht op de opvoeding van het kind. Hij mag hiertoe alle nuttige informatie vragen. Hij behoudt ook het recht op persoonlijk contact met zijn kind op de tijdstippen die in het vonnis werden vastgelegd. Dit contact mag men enkel om zeer ernstige redenen weigeren. 
  • het onderhoudsgeld. Elke ouder moet in verhouding tot zijn respectievelijke aandeel in de samengevoegde inkomsten (beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten, voordelen en andere middelen die de levensstandaard van de ouders en de kinderen waarborgen, enz.) bijdragen tot de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opleiding en de ontplooiing van zijn kinderen ...