Ouderlijk gezag na een scheiding
Na een echtscheiding of feitelijke scheiding wordt het ouderlijk gezag ofwel door beide ouders gezamenlijk uitgeoefend, ofwel door diegene aan wie het ouderlijk gezag werd toevertrouwd.
Het ouderlijk gezag bevat onder andere beslissingen over:
- de gezondheid
- de opvoeding
- de opleiding
- de vrijetijdsbesteding
- de godsdienstige of filosofische strekking
- ...
De ouders komen tot een akkoord
Bij een scheiding is het beter om vooraf afspraken te maken over:
- het verblijf en de opvoeding van de kinderen
- de bijdrage in de kosten voor onderhoud en opvoeding van de kinderen
De rechter zal het akkoord bekrachtigen, behalve wanneer het indruist tegen de belangen van het kind.
Als de partners geen akkoord bereiken, worden deze kwesties overgemaakt aan de jeugdrechtbank. De jeugdrechtbank kan in het belang van het kind alle beschikkingen met betrekking tot het ouderlijk gezag opleggen of wijzigen.
Om alsnog een akkoord te bereiken, kunnen de ouders op elk moment van de procedure een beroep doen op een erkende bemiddelaar
(PDF, 16 p. - 2,99 MB).
Gerechtelijk vonnis
Als de ouders geen akkoord bereiken, zal de rechter een beslissing nemen in het belang van het kind.
De rechter kan beslissen over de volgende punten:
- de verblijfsvoorwaarden van de kinderen
Als de ouders een akkoord bereikt hebben over het verblijf van de kinderen zal de rechter het akkoord bekrachtigen, tenzij dit kennelijk strijdig is met het belang van het kind.
Bij gebrek aan een akkoord onderzoekt de rechter de mogelijkheid om het verblijf van het kind gelijkmatig over beide ouders te verdelen. Deze optie wordt altijd onderzocht wanneer het ouderlijk gezag gezamenlijk uitgeoefend zal worden, of van zodra één van de ouders dit vraagt.
Als een gelijkmatig verdeeld verblijf niet de meest passende oplossing is, zal de rechter een andere oplossing zoeken. De rechter zal hierbij rekening houden met de concrete omstandigheden en het belang van de kinderen en de ouders.
- het ouderlijk gezag
De wet geeft altijd de voorkeur aan de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag. Maar het is ook mogelijk dat één van de ouders het ouderlijk gezag exclusief mag uitoefenen.
De ouder die geconfronteerd wordt met een ex-partner die exclusief het ouderlijk gezag uitoefent, kan alleen mee beslissen over de elementen van het ouderlijke gezag die de rechter heeft vastgelegd.
Deze ouder behoudt wel het recht op persoonlijk contact met het kind, recht van toezicht op de opvoeding en mag ook alle nuttige informatie vragen. Persoonlijk contact mag alleen om zeer ernstige redenen geweigerd worden.
- de onderhoudsuitkering
Elke ouder moet naar eigen vermogen bijdragen tot het onderhoud en de opvoeding van de kinderen.
- de plaats waar men de kinderen inschrijft in het bevolkingsregister
Als een ouder zich niet houdt aan de rechterlijke beslissingen over het verblijf van de kinderen of het recht op persoonlijk contact, dan kan de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter worden gebracht.
Na een nieuw onderzoek en eventueel een poging tot verzoening kan de rechter nieuwe beslissingen nemen over het ouderlijk gezag of over het verblijf van de kinderen. De rechter kan bovendien een dwangsom uitspreken of de partij die het slachtoffer is, toestaan een beroep te doen op dwangmaatregelen.
Voorlopige maatregelen tijdens de procedures
Tijdens de scheidingsprocedure is het mogelijk om voorlopige maatregelen te nemen. Deze maatregelen hebben tot doel de toestand op korte termijn te regelen. Naargelang de situatie kunnen de maatregelen betrekking hebben op:
- de beschikking over de gezinswoning
- het onderhoudsgeld voor de economisch zwakke huwelijkspartner
- het verblijf en de kosten van opvoeding en levensonderhoud van de kinderen
Er kunnen zich twee situaties voordoen:
- de vrederechter legt voorlopige maatregelen op wanneer er nog geen echtscheidingsprocedure ingeleid is
- tijdens de procedures kan de rechter de door de echtgenoten bereikte akkoorden over de voorlopige maatregelen homologeren. Dit wil zeggen dat hij de akkoorden kan goedkeuren. Een rechter zal altijd het belang van de kinderen voorop stellen.
De geëiste maatregelen kunnen ook voorgelegd worden aan de kortgedingrechter die hierover beslissingen kan nemen.
Co-ouderschap
Bij co-ouderschap oefenen beide ouders samen het ouderlijk gezag uit. In dit geval kan de huisvesting van de kinderen ook gelijkmatig over beide gescheiden ouders worden verdeeld. Als de ouders het daar allebei mee eens zijn is de rechter verplicht hun voorstel te volgen, tenzij het belang van het kind in gevaar komt. Als slechts één ouder het voorstelt, moet de rechter oordelen of een gelijkmatig verdeelde huisvesting mogelijk is.
Vanaf aanslagjaar 2008 wordt het belastingvoordeel van de kinderen voor de helft aan elke ouder toegekend.
Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
- De ouders mogen geen deel uitmaken van hetzelfde gezin.
- De ouders moeten samen het ouderlijk gezag uitoefenen over die kinderen.
- De ouders mogen voor de kinderen in kwestie geen onderhoudsuitkeringen aftrekken van de belastingen.
- De huisvesting van de kinderen moet gelijkmatig verdeeld zijn over de beide ouders. Dit moet vastgelegd zijn in:
- een uiterlijk op 1 januari 2008 geregistreerde of door een rechter gehomologeerdeovereenkomst. Deze overeenkomst moet uitdrukkelijk vermelde dat beide ouders bereid zijn om de toeslagen op de belastingvrije som voor de kinderen te verdelen.
- een uiterlijk op 1 januari 2008 genomen rechterlijke beslissing.
Meer informatie over:
De fiscale aspecten van co-ouderschap
Personen ten laste van de belastingsplichtige
