U bent hier

Beroepsgeheim

In sommige beroepen geldt het beroepsgeheim. Dat betekent dat personen met bepaalde functies niets mogen bekendmaken van wat u hen in hun functie heeft verteld.

Het beroepsgeheim geldt in de eerste plaats voor gezondheids- en welzijnsberoepen, zoals arts, apotheker of maatschappelijk werker. Politieagenten en leerkrachten moeten zich eveneens aan het beroepsgeheim houden. Ook werknemers die door hun beroep op de hoogte zijn van fabrieksgeheimen, zakengeheimen of andere geheimen, moeten die vertrouwelijke informatie voor zich houden.

Het beroepsgeheim blijft altijd gelden, ook wanneer de vertrouwensrelatie beëindigd is of als de arbeidsovereenkomst afgelopen is.

Wat kan een geheim zijn?

Niet alle zaken die u aan een persoon toevertrouwt, zijn als geheim te beschouwen. Informatie waarbij alle concrete namen en details zijn weggelaten, zodat het een situatiebeschrijving in algemene termen wordt, behoort niet tot het beroepsgeheim. De volgende informatie is wel geheim:

  • alles wat nadrukkelijk of stilzwijgend aan de vertrouwenspersoon werd toevertrouwd
  • alle informatie die gezien of gehoord wordt
  • informatie over derden
  • fabrieksgeheimen, zoals de formule van een geneesmiddel

Wanneer schendt u het beroepsgeheim?

U schendt het beroepsgeheim wanneer u opzettelijk geheimen bekendmaakt, ook wanneer u niet de bedoeling heeft om iemand schade of nadeel te berokkenen. Wanneer u een geheim bekendmaakt door nalatigheid of onoplettendheid, is er geen sprake van schending van het beroepsgeheim.

Hoe u een geheim kenbaar maakt, is van geen belang: u kunt een geheim doorvertellen of in een e-mail vermelden, u kunt documenten doorgeven of iemand bewust op uw scherm laten meekijken. Ook als u een bekend feit bevestigt, schendt u het beroepsgeheim.

Wanneer schendt u het beroepsgeheim niet?

Er zijn vier situaties waarin u een geheim toch mag prijsgeven.

1. Het beroepsgeheim vervalt voor een rechtbank of een parlementaire onderzoekscommissie. Als het onderzoek dat vereist, hebben personen met een beroepsgeheim het recht om vertrouwelijke informatie te openbaren. Zij kunnen daartoe echter niet verplicht worden. Deze personen hebben het recht om te zwijgen.

2. Soms is het noodzakelijk dat u de ouders van een minderjarige informeert over geheime informatie. De ouders zijn per slot van rekening aansprakelijk en hebben beslissingsrecht over fundamentele aspecten van de opvoeding zoals onderwijs en gezondheid. Toch zult u altijd rekening moeten houden met de privacy van de minderjarige.

3. Partners, familieleden of vertrouwenspersonen mag u op de hoogte brengen als:

  • de betrokken persoon daarmee akkoord gaat
  • de betrokken persoon wilsonbekwaam is
  • er een noodtoestand dreigt (bijvoorbeeld: als een patiënt met hiv besmet is, moet u zeker de partner op de hoogte brengen)

Toch is het nog altijd het beste als u de persoon ervan kunt overtuigen om geheime informatie zelf mee te delen.

4. Het is ook toegestaan om leidinggevenden op de hoogte te brengen van geheimen die u zijn toevertrouwd. Zo bestaat er een gedeeld beroepsgeheim als de leidinggevende ook deelneemt aan de hulpverlening. Een verpleegster mag dus een geheim doorvertellen aan de leidinggevende als dat in het belang is van de hulpverlening.