Waarschuwingsbrief

Wanneer het jeugdparket oordeelt dat de vermoedelijke feiten die een minderjarige heeft gepleegd, niet ernstig genoeg zijn om de jongere voor de jeugdrechtbank te dagen, kan het de jongere een waarschuwingsbrief sturen. De procureur des Konings is verplicht om een kopie van de brief te sturen aan de ouders of verantwoordelijken van de minderjarige.

In die brief vermeldt de procureur dat de zaak geseponeerd wordt en geeft hij een waarschuwing mee. Dit signaal moet ervoor zorgen dat de jongere beseft dat ook eenmalige of minder ernstige feiten niet gedoogd worden. Het is belangrijk om snel te reageren op relatief kleine vergrijpen. Zo kan men herhaling of ernstige feiten voorkomen.

De procureur des Konings kan ook beslissen om de jongere en de ouders op te roepen voor een persoonlijk onderhoud. Tijdens dit gesprek kan hij de minderjarige en zijn ouders erop wijzen dat de jongere verdacht wordt van een misdrijf. Hij kan hen dan ook informeren over de mogelijke gevolgen voor de minderjarige, zoals opvoedingsmaatregelen.

De procureur kan de jongere een bemiddeling voorstellen. Wanneer de minderjarige de feiten niet ontkent en de ouders duidelijk onverschillig zijn voor diens criminaliteit en hun onverschilligheid bijdraagt tot de problemen van de minderjarige, kan de procureur de ouders een ouderstage voorstellen. In tegenstelling tot de jeugdrechter kan de procureur een ouderstage niet opleggen.

Justitie

Niet gevonden wat u zocht?