U bent hier

Geneeskundige geschiktheid

Volgens het verkeersreglement moet u als bestuurder de vereiste lichaamsgeschiktheid hebben en over de nodige kennis en vaardigheid beschikken. Dat wil zeggen dat u steeds alle nodige rijbewegingen moet kunnen uitvoeren en dat u uw voertuig goed in de hand moet kunnen houden.

Uw fysieke paraatheid wordt een eerste maal getest bij het theoretisch examen (categorie A3,A, B en G), wanneer u een leestest krijgt. Als u daar niet voor slaagt, wordt u voor verder onderzoek doorverwezen naar een oogarts naar keuze.

Ook moet u een verklaring van rijgeschiktheid ondertekenen wanneer u uw rijbewijs A3, A, B, B+E of G ontvangt op het gemeentebestuur. Daarin staat dat u op de hoogte bent van artikel 24 van de verkeerswet. Deze wet stelt dat u geneeskundig geschikt moet zijn en moet blijven om een geldig rijbewijs te verkrijgen en te kunnen behouden. U kunt nooit beweren dat u deze verplichtingen niet kent. U heeft deze verklaring namelijk ondertekend bij de overhandiging van het rijbewijs.
Als u een rijbewijs C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E en hun respectievelijke subcategorie wilt bekomen, moet u eerst een medisch onderzoek ondergaan bij een erkend geneesheer.

Als u een bepaalde ziekte of aandoening heeft, moet u aan bepaalde geneeskundige voorwaarden (bijlage 6 van het KB van 23 maart 1998 met betrekking tot het rijbewijs) voldoen om als rijgeschikt beschouwd te worden.
Als u een ziekte of lichamelijke afwijking heeft die een invloed kan hebben op uw stuurvaardigheid, dan moet u zich wenden tot het CARA (Centrum voor rijgeschiktheid en voertuigaanpassing). Het CARA bepaalt of u veilig een voertuig kunt besturen.

Download de brochure 'Rijgeschikt.Jij ook?' (PDF, 2 p. - 149 kB)


Meer informatie over geneeskundige geschiktheid en rijgeschiktheid vindt u op de website van het BIVV .