Chronologisch overzicht van de Europese opbouw
1947
29 oktober; ondertekening te Brussel van het douane-akkoord tussen België, Nederland en Luxemburg.
Doel: harmonisatie van de douanerechten voor de handelsbetrekkingen met derde staten.
1948
1 januari; inwerkingtreding van het douane-akkoord.
1949
4 april; ondertekening te Washington van het Verdrag tot oprichting van de Noordatlantische Verdragsorganisatie (NAVO). De eerste leden waren België, Canada, Denemarken, Frankrijk, Ijsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Later traden ook nog Griekenland en Turkije (1952), Duitsland (1955) en Spanje (1982) toe. Op dit moment staan nog heel wat andere landen te dringen om zich bij de alliantie aan te sluiten.
Doel: verdedigingsalliantie.
5 mei; ondertekening te Londen van het Verdrag tot oprichting van de Raad van Europa. Het initiatief werd genomen door België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Verenigd Koninkrijk, waarbij zich ook Cyprus, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Ierland, Ijsland, Italië, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Turkije, Zweden en Zwitserland. De Raad van Europa telt op 29 februari 1996 reeds 39 leden.
Doel: intergouvernementele samenwerking.
1950
9 mei; de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Robert Schuman, stelt een gemeenschappelijke markt voor kolen en staal voor.
1951
18 april; ondertekening te Parijs van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). De eerste leden waren België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxembourg en Nederland.
Doel: een gemeenschappelijke markt voor de zware industrie.
1952
23 juli; inwerkingtreding van het Verdrag van Parijs.
1954
Van 20 tot 23 oktober; akkoorden over de creatie van de West-Europese Unie (WEU).
Doel: verzekeren van de veiligheid in Europa.
De WEU is vandaag samengesteld uit tien volwaardige leden: België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk; drie geassocieerde leden: Ijsland, Noorwegen en Turkije; en vijf waarnemers: Denemarken, Finland, Ierland, Oostenrijk en Zweden.
1957
25 maart; ondertekening te Rome van de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom.
Doel: een gemeenschappelijke markt.
Het uitbouwen van een politieke unie wordt beschouwd als een project op lange(re) termijn. Hiertoe zullen er opeenvolgende stappen moeten genomen worden.
1958
1 januari; inwerkingtreding van de Verdragen van Rome.
3 februari; ondertekening in Den Haag van het Verdrag tot oprichting van de Benelux (BElgië, NEderland en LUXemburg).
Doel: economische unie met drie leden.
1960
4 januari; ondertekening van de Conventie van Stockholm tot oprichting van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA).
1962
30 juli; inwerkingtreding van een gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Doel: garanderen van een voldoende productie en van een goed inkomen voor de landbouwer door subsidies.
1965
april; ondertekening van het Verdrag inzake de fusie van de uitvoerende organen van de drie Gemeenschappen (EGKS, EEG en Euratom) tot één Commissie en één Raad.
1968
1 juli; reeds een anderhalf jaar vroeger dan voorzien afschaffing van de laatste douanerechten tussen de lidstaten onderling voor industrieproducten en invoering van het gemeenschappelijk douanetarief (zoals het geval in de Benelux).
1973
1 januari; toetreding van de nieuwe leden van de EEG (Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk).
1978
6 en 7 juli; topconferentie van Bremen, waar wordt voorgesteld de monetaire samenwerking nieuw leven in te blazen door de invoering van het EMS (Europees Monetair Stelsel). Dit systeem moet in de plaats komen van de "muntslang" van 1972, waarbij er fluctuatiemarges van valuta's werden ingevoerd.
Doel: monetaire samenwerking en muntstabiliteit.
1979
13 maart; het EMS treedt in werking.
7 en 10 juni; eerste algemene rechtstreekse verkiezing van de 410 afgevaardigden van het Europees Parlement.
1981
1 januari; intrede van Griekenland in de Europese Gemeenschap
1986
1 januari; toetreding van Spanje en Portugal tot de Europese Gemeenschap.
17 en 18 februari; ondertekening te Luxemburg en te Den Haag van de Europese Akte.
Doel: tijdschema voor de verwezenlijking van de interne markt met vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitalen.
1987
1 juli; de Europese Akte treedt in werking, maar de doelstelling wordt pas gehaald op 1 januari 1993
1990
19 juni; ondertekening van de akkoorden van Schengen
1992
7 februari; ondertekening te Maastricht van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Doel: een economische en monetaire unie, gebaseerd op de ene munt.
1993
1 januari; totstandkoming van de interne markt.
1 november; het Verdrag van Maastricht treedt in werking.
1994
1 januari; oprichting van het Europees Monetair Instituut, als voorloper van de Europese Centrale Bank.
1995
1 januari; intrede van Oostenrijk, Finland en Zweden in de Europese Unie.
26 maart; inwerkingtreding van de overeenkomst van Schengen (tussen de landen van de Benelux, Duitsland, Frankrijk, Portugal en Spanje, later gevolgd door Italië, Griekenland en Oostenrijk).
Doel: het vrije verkeer van personen in de Europese Unie en de samenwerking op gebied van politie en gerecht (evenwel met nogal wat Frans voorbehoud).
27 september; de Europese Unie heeft de keuze voor een ombudsman laten vallen op de Fin Jacob Soderman. Deze functie was voorzien door het Verdrag van Maastricht. De ombudsman wordt benoemd door het Europees Parlement voor een periode van vijf jaar. Zijn mandaat is hernieuwbaar. Hij behandelt de klachten van alle burgers van de Europese Unie. De zetel van zijn secretariaat bevindt zich in Straatsburg.
16 december; op de top van Madrid werd er beslist om de eenheidsmunt de naam "euro" te geven en een intergouvernementele conferentie te houden die de herziening van het Verdrag van Maastricht moest voorbereiden voor 29 en 30 maart 1996 in Turijn.
1998
2 mei; de Raad van staatshoofden en regeringsleiders wijst officieel de elf landen aan die de eenheidsmunt goedkeuren. België maakt er deel van uit.
1 juni; oprichting van de Europese Centrale Bank, gevestigd in Frankfurt.
1999
1 januari; invoering van de eenheidsmunt, de euro is een geldige girale munt naast de Belgische frank.
1 Mei: het Verdrag van Amsterdam treedt in werking.
13 juni; verkiezingen in België voor het Europese Parlement.
27 september; installatie van de nieuwe Europese Commissie.
15-16 oktober: in Tampere (Finland) wordt een speciale Europese Raad gehouden, die gewijd is aan het asiel- en migratiebeleid, de toegang tot de rechter en de bestrijding van de criminaliteit.
10 – 11 december: Europese Raad van Helsinki. Beslissing om met Roemenië, Slowakije, Letland, Bulgarije en Malta toetredingsonderhandelingen op te starten; Turkije wordt als kandidaat-lidstaat erkend. Besluit tot organisatie van een Intergouvernementele Conferentie voor de herziening van de Verdragen in februari 2000.
2000
15 januari: de toetredingsonderhandelingen met Malta, Roemenië, Slowakije, Letland, Litouwen en Bulgarije gaan van start.
14 februari: start van de Intergouvernementele Conferentie over de institutionele hervormingen
7-9 december: Europese Raad van Nice; De Intergouvernementele Conferentie mondt uit in het Verdrag van Nice.
2001
2 januari: Griekenland wordt lid van de Eurozone.
26 februari: Ondertekening van het Verdrag van Nice, dat het Verdrag over de Europese Unie en het Verdrag ter oprichting van de Europese Gemeenschappen amendeert.
1 juli: begin van het Belgisch Voorzitterschap
21 september: uitzonderlijke Europese Raad te Brussel naar aanleiding van de terroristische aanslagen in de USA – aanvaarding van een Europees Actieplan voor de strijd tegen het terrorisme.
19 oktober: informele bijeenkomst van de staats- en regeringsleiders te Gent.
14-15 december: Europese Raad komt samen te Laken. Verklaring over de toekomst van de Europese Unie die de weg moet bereiden voor ingrijpende hervormingen. Besluit om via een conventie de volgende Intergouvernementele Conferentie voor te bereiden.
2002
1 januari: De Euro muntstukken en biljetten komen in omloop in de 12 landen van de Eurozone: Oostenrijk, België, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en spanje.
28 februari: De Euro wordt de enige munteenheid in de Eurozone; de periode van de dubbele muntcirculatie eindigt.
Openingszitting van de Conventie over de Toekomst van Europa in Brussel.
26 maart: GALILEO, het Europese satellietnavigatie- en plaatsbepalingssysteem, gaat van start.
9 oktober: volgens de Europese Commissie kunnen tegen eind 2002 de onderhandelingen over de toetreding met volgende landen worden afgesloten: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Volgens de Commissie zijn deze landen klaar voor toetreding tot de EU vanaf begin 2004.
24-25 oktober 2002: de Europese Raad van Brussel deblokkeert de moeilijke onderhandelingen over landbouw en financiële aspecten en stelt vast dat de Unie de toetredingsonderhandelingen met de 10 landen tot een goed einde wil brengen en in april 2003 het Toetredingsverdrag wil ondertekenen.
12 en 13 december 2002: de Europese Raad van Kopenhagen rondt de toetredingsonderhandelingen met de 10 landen af (Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Tsjechische Republiek, Slovakije, Slovenië) en gaat akkoord met hun toetreding tot de Europese Unie op 1 mei 2004. Hij bevestigt de toetredingsagenda van Bulgarije en Roemenië voor 2007 en de beslissing om eind 2004 al dan niet de onderhandelingen over de toetreding van Turkije op te starten.
2003
16 april 2003: ondertekening van het Toetredingsverdrag in Athene
In de loop van 2003: bekrachtiging van het Toetredingsverdrag in de 25 landen
13 juni en 10 juli 2003: de Europese Conventie neemt bij consensus een ontwerp van Grondwet voor Europa aan
4 oktober 2003: aanzet tot een intergouvernementele conferentie die haar werkzaamheden baseert op het ontwerp van Grondwetsverdrag opgemaakt door de Conventie
12-13 december 2003: de Europese Raad komt in Brussel bijeen maar bereikt geen akkoord over het ontwerp van Grondwet. De werkzaamheden moeten dus worden voortgezet onder Iers voorzitterschap.
2004
De Europese Unie verwelkomt 10 nieuwe lidstaten: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië en de Tsjechische Republiek.
Dit brengt het totaal aantal lidstaten op 25.
Ondertekening te Rome van hetVerdrag tot oprichting van een Grondwet voor Europa.
De status van "kandidaat-land" wordt toegekend aan Kroatië.
De Europese Raad van december 2004 neemt de beslissing om onderhandelingen aan te vatten met Turkije omtrent de toetreding ( voorzien voor oktober 2005 ).
2005
- Een tiental lidstaten besluiten met succes de ratificatie-procedure en drukken alzo hun gehechtheid aan de Europese Grondwet uit. De "Neen" van Frankrijk en Nederland drukken de ongerustheid van de burger uit. Daar wil Europa rekening mee houden en heeft besloten een periode van bezinning in te lassen. Dit om een breed gedragen debat in alle lidstaten mogelijk te maken waarbij zowel de burger, het maatschappelijk middenveld, de sociale partners, de nationale parlementen en de politieke partijen betrokken worden.
- De toetredingsonderhandelingen met Kroatië en Turkije vangen aan in oktober.
- De Republiek Macedonië (FYROM) wordt in december erkend als kandidaat-lidstaat.
2006
De lidstaten zetten het ratificatie proces voor een Europese Grondwet verder.
2007
- Toetreding van Bulgarije en Roemenië
- Ondertekening van het Verdrag van Lissabon door de Europese staatshoofden en regeringsleiders op 13 december 2007.
