Moederschapsverlof en borstvoedingspauzes
De werkgever op de hoogte brengen
Een zwangere vrouw heeft er alle belang bij om haar werkgever zo snel mogelijk van haar situatie op de hoogte te brengen. Tijdens de zwangerschap zijn namelijk verschillende wettelijke beschermingsmaatregelen van kracht. Het is aangewezen dit per aangetekende brief te doen of tegen afgifte van een ontvangstbewijs.
De bescherming heeft betrekking op de gezondheid van de zwangere werkneemster en haar ongeboren kind, en ook op de arbeidsvoorwaarden. Zwangere vrouwen zijn op een bijzondere wijze beschermd tegen ontslag. Ook hebben ze het recht om in sommige situaties afwezig te blijven van het werk. Bovendien gelden er voor hen bijzondere preventiemaatregelen inzake veiligheid en gezondheid. Als de werkpost van een zwangere vrouw wordt beschouwd als een risicopost, dan moet de werkgever de werkpost aanpassen of moet hij haar een andere werkpost toewijzen. Als dat niet mogelijk is, dan kan de zwangere werkneemster worden vrijgesteld. Haar arbeidsovereenkomst wordt dan geschorst en zij ontvangt een moederschapsuitkering van het ziekenfonds.
Meer informatie over moederschapsbescherming vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Meer informatie over moederschapsbescherming via het portaal van de sociale zekerheid
Moederschapsverlof
Een zwangere werkneemster die gaat bevallen, heeft recht op 15 weken moederschapsverlof. Bij de geboorte van een meerling bedraagt het moederschapsverlof in principe 17 weken, maar het kan worden verlengd tot 19 weken.
Een aantal dagen moeten voor de bevalling worden opgenomen: dit is het prenataal verlof. Het moederschapsverlof dat op de bevalling volgt, is het postnataal verlof.
Wanneer het tijdstip van de bevalling nadert, heeft de werkneemster het recht en de plicht om prenataal verlof te nemen. Dat verlof begint ten vroegste zes weken voor de voorziene datum van de bevalling maar moet verplicht zeven dagen voor de voorziene bevallingsdatum worden opgenomen. Het is dus mogelijk om het postnataal verlof uit te breiden met dagen die voor de bevalling niet zijn opgenomen (verlenging met maximaal vijf weken). Vanaf de dag van de bevalling moet de werkneemster minimaal negen weken postnataal verlof nemen (maximaal veertien weken met overbrenging van het prenataal verlof).
Tijdens het moederschapsverlof krijgt de werkneemster van het ziekenfonds een moederschapsuitkering, die is vastgesteld op een percentage van het loon. In de eerste 30 dagen bedraagt de uitkering 82% van het niet-begrensde loon. Vanaf de 31e dag en bij verlenging bedraagt de uitkering 75% van het begrensde loon.
Meer informatie over het moederschapsverlof vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Meer informatie over de moederschapsuitkering via het portaal van de sociale zekerheid.
Borstvoedingspauzes
Een werkneemster die na een moederschapsverlof opnieuw aan het werk gaat, heeft het recht een pauze te nemen om haar kind borstvoeding te geven of de melk af te kolven. De borstvoedingspauze mag een half uur duren. Een werkneemster die per dag 4 uur of meer werkt mag één pauze nemen, wie minstens 7.30 uur werkt, mag er twee nemen.
Het recht op borstvoedingspauzes geldt tot 7 maanden na de geboorte van het kind. De pauzes worden niet betaald door de werkgever maar geven recht op een vergoeding door het ziekenfonds.
Meer informatie over de borstvoedingspauze vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Meer informatie over de borstvoedingspauze via het portaal van de sociale zekerheid
Borstvoedingsverlof
Als een werkneemster vrijgesteld is van haar werk omdat dat een risico inhoudt voor haar eigen gezondheid of die van haar kind, dan heeft ze recht op borstvoedingsverlof. Zij krijgt dan een uitkering van het ziekenfonds gedurende maximaal vijf maanden, die ingaan op de dag van de bevalling.
Meer informatie over de uitkeringen tijdens het borstvoedingsverlof vindt u op de website van het RIZIV (Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering)
