U bent hier

De belastingaangifte tijdens het huwelijk

Aangifte en aanslag voor het jaar van het huwelijk

Voor het jaar van het huwelijk beschouwt de administratie gehuwden in principe fiscaal als alleenstaanden.

Dat betekent dat de gehuwden elk een afzonderlijke aangifte moeten indienen waarin zij elk hun persoonlijke inkomsten vermelden. Ook de inkomsten van de kinderen waarvan zij het wettelijk genot hebben, moeten zij vermelden.
De administratie zal twee afzonderlijke aanslagen vestigen, namelijk een op naam van elke betrokkene.

Wanneer twee wettelijk samenwonenden met elkaar in het huwelijk treden, blijven de regels van de gemeenschappelijke aanslag van toepassing voor het jaar van het huwelijk.
Als de verklaring van wettelijk samenwonen en het huwelijk tijdens hetzelfde jaar vallen, dan is voor dat jaar het stelsel van de individuele aanslag van toepassing.

Aangifte en aanslag in de jaren volgend op het jaar van het huwelijk

Voor de jaren die volgen op het jaar van het huwelijk ontvangen gehuwden één gezamenlijke aangifte. Daarin vullen zij zowel hun persoonlijke als hun gemeenschappelijke inkomsten in. Ook de inkomsten van de kinderen waarvan zij het wettelijk genot hebben, moeten zij vermelden.

De administratie vestigt maar één aanslag, op naam van beide echtgenoten.

Soms worden gehuwden voor de berekening van de belastingen wel als alleenstaanden beschouwd.
In de volgende gevallen vestigt de administratie twee afzonderlijke aanslagen:

  • voor het jaar van de echtscheiding 
  • voor het jaar van de scheiding van tafel en bed 
  • voor de jaren volgend op het jaar van de feitelijke scheiding, voor zover die scheiding tijdens het jaar niet ongedaan is gemaakt 
  • wanneer één van de echtgenoten een personeelslid of gepensioneerde is van een internationale organisatie en een beroepsinkomsten heeft van meer dan 9.470 euro die zijn vrijgesteld. Dit bedrag is van toepassing voor de aangifte 2012.

Kinderen ten laste voor het jaar van het huwelijk

Voor het jaar van het huwelijk moeten beide echtgenoten nog een afzonderlijke belastingaangifte indienen. Als de echtgenoten samen al een kind hadden, dan mag slechts één echtgenoot dat kind ten laste nemen. Eenzelfde kind mag nooit door meerdere personen ten laste worden genomen.

Bij het invullen van de aangifte mogen de echtgenoten zelf aangeven wie van beiden het kind ten laste neemt.

Toepassing van het huwelijksquotiënt

Het huwelijksquotiënt is een fiscale maatregel die de belastingdruk verlaagt voor gehuwden en wettelijk samenwonenden die samen worden belast.

Aan de partner die over een heel klein of geen beroepsinkomen beschikt, wordt een gedeelte van het beroepsinkomen van de andere partner toegerekend.

Concreet gebeurt dat wanneer een van de partners een beroepsinkomen heeft dat minder dan 30% bedraagt van het totale beroepsinkomen van beide partners.
In dat geval zal de belastingadministratie automatisch het huwelijksquotiënt toepassen, behalve wanneer daardoor de aanslag wordt verhoogd.
Het toe te rekenen gedeelte is beperkt tot 9 810 euro. Dit bedrag geldt voor de aangifte 2013. Hierdoor komen de gehuwden of de wettelijk samenwonenden in een lagere belastingschijf terecht.

Om de gevolgen van een huwelijk voor de personenbelasting te berekenen, kunt u altijd een simulatie maken op Tax-Calc.

Een van de echtgenoten verblijft in een verzorgingsinstelling

Een definitieve of duurzame opname van een van de echtgenoten in een verzorgingsinstelling kan fiscaal gelijkgesteld worden met een feitelijke scheiding.
Dat betekent dat beide echtgenoten afzonderlijk belast worden voor de inkomsten die ze ontvangen vanaf het jaar volgend op dat van de opname in de instelling.

Wanneer een van de echtgenoten in een verzorgingsinstelling opgenomen is, dan zijn de kosten van de verzorgingsinstelling voor 80 % aftrekbaar van het totale netto inkomen van de andere echtgenoot. Deze kosten worden namelijk gezien als onderhoudsuitkering.

De kosten zijn alleen aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:

  • De opname is definitief of duurzaam. 
  • De onderhoudsplichtige betaalt de kosten voor de verzorgingsinstelling met zijn eigen inkomsten. 
  • De opgenomen echtgenoot beschikt niet over voldoende inkomsten om de kosten zelf te dragen.

De onderhoudsplichtige echtgenoot kan de verzorgingskosten pas inbrengen als onderhoudsuitkering vanaf het jaar dat volgt op dat van de opname.

Als de echtgenoot slechts tijdelijk in een verzorgingsinstelling verblijft, dan kan zijn of haar partner de opnamekosten niet als onderhoudsuitkering in mindering brengen.