Vandalisme

Iedereen heeft er al wel eens mee te maken gehad, al dan niet in de onmiddellijke omgeving: afgerukte spiegels, antennes of emblemen, krassen op de wagen, stukgeslagen ruiten, graffiti op gebouwen, bushaltes of treinen, afgerukte bloemen in een voortuintje of een park … Al deze misdrijven vallen onder de noemer vandalisme.

Vandalisme is het moedwillig beschadigen of vernietigen van goederen die eigendom zijn van iemand anders. Voor de daders brengt het in materieel opzicht niets op: ze doen kwaad zonder zich rekenschap te geven van de gevolgen. Meestal doen de daders het uit verveling, wraak of gewoon om te spelen.

Daders van vandalisme zijn meestal jongens tussen de 8 en de 16 jaar die met hun acties aanzien en erkenning proberen te verwerven in de groep waartoe ze behoren.

Vandalisme heeft twee kenmerken:

  • Het is een impulsdelict, wat wil zeggen dat de daders in een plotse opwelling handelen: de gelegenheid maakt de dader.
  • Het is ook een sociaal delict: het wordt bijna altijd in groepsverband gepleegd.

Vandalisme is een misdrijf dat dus ook in het Strafwetboek staat. Wanneer een dader veroordeeld wordt, komt dit misdrijf op zijn strafblad te staan.

Graffiti

Graffiti is ontstaan in Philadelphia (Verenigde Staten). Politieke activisten gebruikten opschriften op openbare plekken om hun boodschap te verspreiden en jeugdbendes bakenden er hun territorium mee af.

Sommige mensen beschouwen graffiti als een kunststroming die typisch tot de jongerencultuur behoort. Voor de meeste mensen is graffiti echter een vorm van vandalisme. In dat opzicht is graffiti de verzamelnaam voor alle opschriften, inkrassingen en tekeningen die zonder toestemming op muren, monumenten en andere voorwerpen worden aangebracht.