U bent hier

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815 - 1830)

Na de nederlaag van Napoleon beslisten de geallieerden op het Congres van Wenen om een bufferstaat tegen Frankrijk op te richten. Zij verenigde de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik in één staat: het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Aan het hoofd ervan kwam Willem I van Oranje.

Willem I stimuleerde de industrialisering van België. Hij steunde de gemechaniseerde industrie, verbeterde de transportinfrastructuur en zorgde voor financiële steun aan ondernemers. De grote Waalse en Gentse industriëlen steunden zijn beleid. De niet-gemechaniseerde plattelandsindustrie in Vlaanderen leed sterk onder de concurrentie van de grote fabrieken, wat leidde tot ontevredenheid.

De katholieke kerk steunde de oppositie op het platteland, omdat zij weigerde een protestantse vorst te aanvaarden. Daarenboven probeerde Willem I de kerkelijke macht aan banden te leggen, wat haar wantrouwen nog versterkte.

Op politiek vlak was de Koning autoritair. De liberalen vroegen een regering met verantwoordelijke ministers, maar de Koning weigerde. In Vlaanderen wilde Willem I het Nederlands als officiële taal opleggen. De jonge Waalse en verfranste Vlaamse bovenklassen vreesden voor hun carrièremogelijkheden en waren misnoegd.

In 1828 sloten katholieken en jonge liberalen een verbond met een gemeenschappelijk programma. In het Zuiden liepen de spanningen zo hoog op, dat het zich afscheurde van het Noorden en een eigen onafhankelijke Belgische staat oprichtte.