U bent hier

De Vroege Middeleeuwen (400 – 900)

Begin Vde eeuw werd België veroverd door de Franken en zij maakten van Doornik hun hoofdplaats. Aan het hoofd stond de koninklijke dynastie van de Merovingen. Haar voornaamste telg, koning Clovis, liet zich rond het jaar 500 dopen en verhuisde naar Parijs. Vanaf 630 werd België met behulp van Keltische monniken effectief gekerstend.

In 751 kwam de dynastie der Karolingen aan de macht, met Karel de Grote als belangrijkste vertegenwoordiger. De Maasvallei werd de ruggegraat van het Karolingische rijk. Karel de Grote werd opgevolgd door zijn enige zoon: Lodewijk de Vrome. Na diens overlijden werd het Rijk opgedeeld, met de Schelde als grens. Zodoende werd het westen van België bij Frankrijk gevoegd en het oosten bij het Heilig Roomse (Duitse) Rijk. Door de invallen van de Noormannen in de tweede helft van de IXde eeuw ging het vorstelijk gezag achteruit en kwam de macht in handen van de lokale elite.

De vroeg-middeleeuwse economie steunde op de landbouw. De grote domeinen van de heren probeerden zoveel mogelijk zichzelf van het nodige te voorzien. In de rechtspraak domineerde het gewoonterecht, dat in de Salische Codex werd opgetekend. In het huidige België werden er in de Vroege Middeleeuwen Germaanse en Romaanse dialecten gesproken. Na verloop van tijd kreeg in een bepaald gebied één dialect de overhand, waardoor er zich geleidelijk aan een taalgrens vormde.