De koning binnen de nieuwe staatsstructuur

Bij elke hervorming van de staatsstructuur dient de koning twee standpunten met elkaar te verzoenen.

Als staatshoofd bestaat zijn grondwettelijke rol er in de eenheid tussen alle Belgen te verzekeren en die eenheid te handhaven om het voortbestaan van het koninkrijk te waarborgen.

Sinds 1970 werd België doorheen een reeks institutionele hervormingen geleidelijk omgevormd tot een federale staat, samengesteld uit gemeenschappen en gewesten.

Op juridisch vlak is er slechts één verband tussen de deelstaten en de koning: de voorzitter van elke deelregering legt de eed af in handen van de koning.

Op politiek vlak bestaat er strikt genomen geen organieke band tussen de koning en de regeringen van de deelstaten.

De koning, zonder zich te mengen in de interne werking van die instellingen, wint echter informatie in over het leven in die deelstaten, hun plannen en verwezenlijkingen.