U bent hier

De bevoegdheden van de provincies

De provincies hebben ruime bevoegdheden. Ze hebben initiatieven uitgewerkt inzake onderwijs, sociale en culturele infrastructuren, preventieve geneeskunde en sociaal beleid. Ze houden zich ook bezig met leefmilieu, met wegen en waterwegen, economie, vervoer, openbare werken, huisvesting, gebruik van talen,...

De provincies zijn ondergeschikte besturen die hun bevoegdheden autonoom uitoefenen. Maar dat betekent niet dat ze hun bevoegdheden uitoefenen zonder controle van de hogere overheden. Zo zal een provincieschool worden bestuurd onder de controle van de gemeenschap, terwijl een initiatief inzake ruimtelijke ordening wordt gecontroleerd door het gewest.

De Deputatie langs Vlaamse kant en het Provinciecollege langs Waalse kant is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de provinciezaken. Ze heeft o.m. ook de bevoegdheid om vergunningen af te leveren voor de exploitatie van industriële, ambachtelijke, commerciële en landbouwvestigingen die risico's inhouden of schadelijk zijn en die dan ook gecontroleerd moeten worden.

De provinciegouverneur van zijn kant beschikt over een reeks bevoegdheden inzake veiligheid en ordehandhaving. Hij organiseert bijvoorbeeld de coördinatie van hulpacties bij rampen van een zekere omvang.

Kortom, de provincie heeft op haar grondgebied de verantwoordelijkheid voor alles wat van provinciaal belang is, dus alles wat in het belang van de provincie moet gebeuren en niet valt onder het algemeen belang van de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten, of onder het gemeentelijk belang.