U bent hier

Beroepsgeheim

In sommige beroepen geldt het beroepsgeheim. Dat betekent dat personen met bepaalde functies niets mogen bekendmaken van wat hen in hun functie werd verteld. Het gaat om:

  • gezondheids- en welzijnsberoepen (arts, apotheker, maatschappelijk werker …)
  • politieagenten
  • leerkrachten
  • werknemers die door hun beroep op de hoogte zijn van fabrieksgeheimen, zakengeheimen of andere geheimen

Het beroepsgeheim blijft altijd gelden, ook wanneer de vertrouwensrelatie beëindigd is of als de arbeidsovereenkomst afgelopen is.

Informatie waarbij alle concrete namen en details zijn weggelaten, zodat het een situatiebeschrijving in algemene termen wordt, behoort niet tot het beroepsgeheim. De volgende informatie is wel geheim:

  • alles wat nadrukkelijk of stilzwijgend aan de vertrouwenspersoon werd toevertrouwd
  • alle informatie die gezien of gehoord wordt
  • informatie over derden
  • fabrieksgeheimen, zoals de formule van een geneesmiddel

U schendt het beroepsgeheim wanneer u opzettelijk geheimen bekendmaakt, ook wanneer u niet de bedoeling heeft om iemand schade of nadeel te berokkenen. Hoe u een geheim kenbaar maakt, is van geen belang. Er zijn vier situaties waarin u een geheim toch mag prijsgeven:

  • voor een rechtbank of een parlementaire onderzoekscommissie, als het onderzoek dat vereist
  • bij ouders van een minderjarige, aangezien zij aansprakelijk zijn en beslissingsrecht hebben over fundamentele aspecten van de opvoeding zoals onderwijs en gezondheid
  • als de betrokken persoon akkoord gaat, wilsonbekwaam is of er een noodsituatie dreigt
  • om leidinggevenden op de hoogte te brengen; zo bestaat er een gedeeld beroepsgeheim als de leidinggevende ook deelneemt aan de hulpverlening

Toch is het nog altijd aangeraden de persoon ervan te overtuigen om geheime informatie zelf mee te delen.