Biobrandstoffen en lpg

Sinds de industriële revolutie is onze maatschappij erg afhankelijk geworden van de zogenaamde 'fossiele brandstoffen' zoals aardolie, aardgas en steenkool.

Fossiele brandstoffen zijn ontstaan uit plantaardig materiaal en micro-organismen die in de ondergrond gedurende miljoenen jaren hebben blootgestaan aan druk en temperatuur.

Biobrandstoffen

Aardolie is de grondstof voor de productie van de motorbrandstoffen diesel, benzine en LPG. Bij verbranding van brandstoffen in de motor komen er gassen vrij, waaronder koolstofdioxide of CO2. Op zichzelf genomen is koolstofdioxide een reukloos en onschadelijk gas. Maar als het wereldwijd massaal wordt uitgestoten versterkt dit het natuurlijke broeikaseffect van onze atmosfeer. Daardoor zou het klimaat op aarde op termijn sterk verstoord kunnen raken.

Daarom probeert men fossiele brandstoffen te vervangen door zogenaamde biobrandstoffen, zoals biodiesel, bio-ethanol en pure plantaardige oliën. De verbranding van biobrandstoffen gaat gepaard met een lagere uitstoot van CO2. Maar wat belangrijker is: een deel van de uitstoot is vooraf, bij de groei, door de planten opgenomen uit de atmosfeer.

Op de website van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu vindt u meer informatie over biobrandstoffen. Onder meer de voor- en nadelen, en de wettelijk normen voor biobrandstoffen worden besproken.

LPG en CNG

Liquefied Petroleum Gas (LPG) is al langer een alternatief voor de klassieke benzine of diesel. Meer recentelijk is nog een andere alternatieve brandstof geïntroduceerd: Compressed Natural Gas (CNG).

Een wagen die uitgerust is met een LPG- of CNG-installatie vervuilt minder dan een benzinewagen: zowel de uitstoot van CO2 als die van verontreinigende stoffen is kleiner. Als u op LPG of CNG wilt gaan rijden, bedenk dan dat alleen een erkende installateur één van die systemen in een wagen mag inbouwen.

Meer informatie over energiezuinige en milieuvriendelijke wagens vindt u op de pagina over energiebesparing met de wagen.